tussen rouw en hoop – entre deuil et espoir

De cijfers stijgen. Dan weten we intussen wat ons te wachten staat. Zo goed kennen we het virus al. Maar altijd gaan achter die cijfers mensen schuil. Mensen die getest worden, mensen die covid-positief zijn, mensen die ziek worden of gehospitaliseerd, mensen die sterven.
Stuk voor stuk persoonlijke verhalen.

Naarmate we vorderen in het virus en in de tijd, wordt de tol op alle fronten zwaarder en zijn mensen het merkbaar meer moe. Een jaar geleden – te midden van die eerste storm – zag de maatschappelijke situatie er helemaal anders uit dan nu. Met zijn allen dachten we dat dit sneller zou overgaan en mensen droegen als vanzelfsprekend zorg voor elkaar en voor de zorg.
Intussen werd de zorg een van de vele sectoren. Een sector die zelfs wat alleen kwam te staan en – zo lijkt het soms – met de vinger wordt gewezen voor de sluiting van de andere.

Je kan vandaag niet vergelijken met toen. Dat besef ik goed. De tijd weegt. En de situatie is intussen voor veel mensen uitzichtlozer en zoveel zwaarder om dragen. Ik heb het geluk gehad altijd te kunnen blijven werken en goed omringd en ondersteund te zijn. Door mijn gezin en op de werkvloer, door familie en vrienden van wie ik weet dat ze er zijn, al is het vaak alleen maar virtueel.
Maar de laatste weken voel ik me weleens moedeloos en maakt het ongenoegen van mensen me kwetsbaar. Mij als persoon, maar ook mij als vertegenwoordiger van de zorg.
Vorig jaar lukte het me anderen en mezelf moed te geven, in het ziekenhuis en met mijn teksten. De steun die we als zorg ervaarden, gaf ons sterke vleugels. Dat voelt anders nu. Alsof ik, alsof de zorg mee verantwoordelijk zou zijn voor het ongeluk van anderen, met onze stijgende cijfers.

Niemand draagt schuld in dit verhaal. Het virus is als een overstroming die ons overkomt. Met alle gevolgen van dien. Het is het virus dat ons onze vrijheden ontneemt. Niet de zorg. Niet de anderen. Niet politici. Al begrijp ik dat een versnipperde en onduidelijke communicatie daar geen goed aan doet. En al lijken de maatregelen soms verwarrend, ik ben er toch van overtuigd dat ze een poging zijn om het midden te zoeken tussen lichamelijk en mentaal welzijn. Kijk maar naar de beslissing om scholen te sluiten maar hobby’s wel te laten doorgaan.
Maar toch. Mensen en sectoren voelen zich aan de kant geschoven en zijn kwaad om de ontnomen vrijheden. Soms lijkt het wel een opbod van lasten en onvrijheden, een vergelijken met wie minder of meer moet opofferen. Maar net dat vergelijken – ‘waarom ik?’ – maakt het zo pijnlijk. De ene vrijheid is niet waardevoller dan de andere. Iedereen is onvrij nu.

De wereld is collectief in rouw. We namen afscheid van vrijheden om covid-19 te bedwingen. We kunnen daar kwaad om blijven, anderen de schuld geven. Maar hoeveel verder zou het ons brengen om met zijn allen de stap te zetten naar de volgende rouwfase? Naar aanvaarding en zo dus ook naar loslaten. Want net in die aanvaarding groeien kansen, ontstaat perspectief en kunnen we meevoelen met anderen. Over sectoren heen. Van mens tot mens.
Het is ook in dat aanvaarden dat klein geluk weer mogelijk wordt. Ik deel hier dan ook graag de zin van Voltaire die als een rode draad door mijn leven loopt: ‘J’ai décidé d’être heureux parce que c’est bon pour la santé’.

Het virus overkwam ons en overkomt ons nog elke dag. Maar binnen alle beperkingen en ondanks alles kunnen we ervoor kiezen dat klein geluk te zien, het leven (en onszelf misschien) altijd weer bij elkaar rapen en door te gaan.
Ik neem de dagen zoals ze komen, dag na dag. Zonder te veel te denken aan morgen. Maar ik wil ook kunnen uitkijken, niet naar een verre toekomst maar naar een haalbaar, hoopvol doel.
De zomer als lichtpunt. Voor mezelf, voor jou, voor de mensen en onze wereld.


Les chiffres augmentent. Nous savons déjà à quoi s’attendre. Voilà à quel point nous nous sommes familiarisés avec le virus. Ces chiffres cachent toujours des êtres humains qui sont testés, qui sont  covid-positifs, qui deviennent malades ou sont hospitalisés, qui meurent. Une par une des histoires personnelles.

Au fur et à mesure que nous progressons dans le virus et le temps, le prix payé, dans tous les domaines, devient plus important. Les gens en ont clairement assez. Il y a un an – au milieu de la première crise – la situation sociale fut totalement différente. On était convaincu que cela passerait plus vite. On prenait soin les uns des autres. On prenait soin du secteur des soins, devenu entre-temps un secteur parmi les autres. Un secteur devenu un peu isolé et – apparemment – pointé du doigt de la fermeture d’autres secteurs.

Hier et aujourd’hui ne sont pas comparables. J’en suis consciente. Le temps pèse. Pour beaucoup, la situation est devenue plus pénible et sans issue. J’ai eu la chance d’avoir pu continuer à travailler, d’être bien entourée et supportée par mes proches et au travail, par ma famille et mes amis qui sont là, même si ce n’est que virtuellement.

Ces dernières semaines, je suis parfois découragée et le mécontentement des gens me rend vulnérable.  Non seulement en tant que personne mais aussi en tant que représentante du secteur de la santé.

Il y a un an, j’arrivais à m’encourager et à encourager les autres, à l’hôpital et par mes textes. Le soutien ressenti nous remplissait d’une énergie positive. Aujourd’hui, le ressenti est différent. Comme si je suis ou comme si le secteur des soins est, avec la hausse de chiffres, l’une des causes du malheur des autres.

Il n’y a pas de coupable dans cette histoire. Ce virus nous arrive comme une inondation, avec toutes les conséquences qui s’ensuivent. Ce virus nous prive de nos libertés et non le secteur des soins, les autres, les politiciens. Par contre, je comprends qu’une communication éparpillée et floue n’arrange nullement les choses. Bien que les mesures paraissent confuses, je suis convaincue que c’est une volonté de trouver le juste milieu entre santé physique et mentale. Il suffit de constater la décision de fermer les écoles et de permettre les loisirs.

Mais quand même. Les gens, les secteurs se sentent mis de côté et se fâchent d’être privés de leurs libertés. Tout comme une mise aux enchères de charges et de non-libertés, une comparaison entre un petit et gros sacrifice. Cette comparaison – ‘pourquoi moi ?’ – rend la situation pénible. Une liberté ne vaut pas plus qu’une autre. Maintenant, tout le monde est privé de liberté.

Le monde traverse un deuil collectif. Nous avons fait le deuil de certaines de nos libertés pour maîtriser le covid-19. Nous pouvons rester en colère, continuer à culpabiliser les autres. Mais combien cela nous avancerait si on embrassait ensemble le prochain épisode de deuil, d’acceptation et un laisser-aller. Cette acceptation entraîne des opportunités, de nouvelles perspectives et de l’empathie. Au-delà des secteurs. De personne à personne.

C’est aussi en acceptant la situation qu’on voit le bonheur dans les petites choses.  Je partage la phrase de Voltaire qui est le fil rouge de ma vie :  ‘J’ai décidé d’être heureux parce que c’est bon pour la santé’.
Le virus nous a frappé et continue à nous frapper. Malgré tout et dans le cadre des restrictions, nous avons le choix de saisir ces moments de bonheur, de vivre, de reprendre la vie et de continuer.

Je prends les jours tels qu’ils arrivent. Sans trop penser à demain. Me réjouissant quand même d’un avenir plein d’espoir. Pas un avenir trop lointain mais un objectif concret et réalisable.

L’été comme point lumineux. Pour moi-même, toi-même, les gens et le monde entier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.