Eindelijk samen – Enfin ensemble

Sinds het hemelvaartweekend hebben Bernard en ik Arthur weer bij ons. We voelden hoe fijn het zou zijn als ook Emma en Emile weer thuis zouden komen. En dus haalden we hen vorige week vrijdag van hun bubbel naar de onze. De ‘stoepoverdracht’ van de kinderen en hun spullen klopte niet met de intensiteit van de voorbije periode en het afscheid. Zo’n tijd van ver graag zien en diep vertrouwen in de goede zorgen zou je willen afsluiten met kussen en omhelzingen. Met nog even heel hard vasthouden om dan los te kunnen laten.
Wat de drie pleeggezinnen voor ons en onze kinderen deden, maakt ons erg dankbaar. Ze boden zoveel meer dan een tijdelijke opvang. Ze gaven onze kinderen een warm en veilig nest in een verwarrende tijd.

En zo kreeg ik de dag na mijn verjaardag het mooiste geschenk dat ik me kon dromen. We genieten ten volle van het weer samen zijn met ons gezin, we zijn gelukkig. En toch is het ook weer balanceren. Het evenwicht zoeken en een gulden middenweg vinden tussen ons eigen ritme en de nieuwe gewoontes die elk kind meebracht uit het andere gezin.
De voorbije maanden leefde ik op het tempo van het ziekenhuis en van COVID-19. Een gezin met kinderen en de heropstart van de school geeft weer een andere drukte en haast. Net zoals de velen die zijn blijven doorwerken met kinderen en schoolwerk in huis, verdelen we nu onze aandacht en regelen we op alle fronten. Maar we vinden onze weg wel, samen.

Ook in het ziekenhuis nemen we de draad van het gewone leven dag na dag verder op. Sinds deze week is er weer mondjesmaat bezoek mogelijk. Wat een herademing voor patiënten die dagen, weken, maanden soms, niemand van hun naasten in levende lijven konden zien. Ook zij kunnen eindelijk weer samen zijn.
Tijdens weekdagen zijn de bezoekuren in de vroege avond gepland. Zo halen we het bezoekmoment uit de drukste uren van de zorg. En zo komt de stroom van bezoekers niet samen met die van de consultaties. De stap van alles naar niets bij het begin van de crisis was bruusk maar helder. De stappen van niets naar alles vragen een constant wikken en wegen. Maar ook daarin vinden we telkens opnieuw het evenwicht.

Het is stap voor stap vooruit nu. Maar even belangrijk is het stil te staan bij wat we deden tijdens deze crisis en wat deze crisis met ons deed. Ik ervaar dat de vraag leeft naar evaluatie, in de maatschappij maar zeker ook binnen Kliniek Sint-Jan: wat van onze aanpak nemen we mee naar de toekomst, wat hadden we anders gedaan als we wisten wat we weten?
Stilstaan geeft ons de kans om constructief voort te bouwen op deze crisis. Tegelijk geeft het ruimte en bestaansrecht aan frustraties en gevoelens. Aan angst bijvoorbeeld. Die een grotere indruk naliet dan ik kon vermoeden. Ik zie het buiten de ziekenhuismuren, maar ik voel het ook binnen ons eigen team. We mogen die angst niet aan de kant zetten of wegwuiven. Het is belangrijk hem aandacht te geven en uit te spreken.
Door onze angst vriendelijk maar kordaat bij de hand te nemen, omarmen we het virus echt.
En dat is nodig. Als een onzichtbare maar aanwezige metgezel zal het nog een heel eind met ons meewandelen.

Depuis le week-end de l’Ascension, Bernard et moi avons à nouveau Arthur auprès de nous. Nous avons senti à quel point ce serait bien qu’Emma et Emile rentrent également à la maison. Et donc nous les avons transférés de leur bulle vers la nôtre vendredi dernier. Le « transfert sur le trottoir » des enfants et de leurs biens ne correspondait pas à l’intensité de la période passée et de la séparation. On voudrait volontiers clôturer cette période d’éloignement et de confiance totale dans les bons soins reçus avec des bisous et des câlins. En se serrant d’abord très fort puis en lâchant prise.
Nous sommes très reconnaissants aux trois foyers d’accueil de ce qu’ils ont fait pour nous et nos enfants. Ils ont offert bien plus qu’un abri temporaire. Ils ont donné à nos enfants un nid chaud et sûr en ces temps déroutants.

C’est ainsi que le lendemain de mon anniversaire, j’ai reçu le plus beau cadeau dont je pouvais rêver. Nous apprécions pleinement d’être à nouveau en famille, nous sommes heureux. Et pourtant, il faut retrouver un nouvel équilibre. Chercher l’équilibre et un juste milieu entre notre propre rythme et les nouvelles habitudes que chaque enfant a ramenées avec lui de l’autre famille.
Ces derniers mois, j’ai vécu au rythme de l’hôpital et du COVID-19. Une famille avec des enfants et le redémarrage de l’école engendrent une autre agitation. Tout comme celles et ceux qui ont continué à travailler à domicile avec leurs enfants et à faire leurs devoirs, nous répartissons à présent notre attention et nous nous organisons sur tous les fronts. Mais nous trouverons bien notre chemin ensemble.

À l’hôpital, nous reprenons jour après jour le fil de la vie normale. Depuis cette semaine, les visites sont à nouveau possibles. Quelle bouffée d’air frais pour les patients qui, pendant des jours, des semaines, des mois, ne pouvaient voir aucun de leurs proches en chair et en os ! Eux aussi peuvent enfin se retrouver.
Pendant la semaine, les heures de visite sont prévues en début de soirée.  De cette façon, nous évitons les visites pendant les heures de soins les plus chargées. Et ainsi le flux des visiteurs ne se confond pas avec celui des consultations. Le passage de tout à rien au début de la crise a été brutal mais clair. Par contre, le passage de rien à tout nécessite une réflexion constante. Mais ici aussi, nous retrouvons un équilibre.

Nous avançons à présent étape par étape. Mais il est tout aussi important de considérer ce que nous avons réalisé pendant cette crise et ce qu’elle a fait de nous. Je ressens une demande d’évaluation non seulement de la part de la société, mais aussi au sein de la Clinique Saint-Jean : que retenir de tout cela pour le futur, qu’aurions-nous fait différemment si nous avions su ce que nous savons ?
Marquer un temps d’arrêt nous donne l’occasion de bâtir positivement sur la crise. En même temps, cela donne de l’espace et le droit d’exister aux frustrations et aux ressentis. Par exemple, l’angoisse  qui a laissé une trace bien plus grande que je ne l’imaginais. Je le vois à l’extérieur des murs de l’hôpital, mais je le ressens également au sein de nos propres équipes. Nous ne devons pas mettre cette peur de côté ni la rejeter. Il est important d’y porter attention et de la laisser s’exprimer.

En prenant notre angoisse en main d’une manière amicale mais ferme, nous étreignons vraiment le virus.
Et c’est nécessaire. En tant que compagnon invisible mais présent, il fera encore un bon bout de chemin avec nous.

Dankbaarheid – Gratitude

De voorbije maanden had ik nauwelijks de tijd om stil te staan. Letterlijk dan. Maar zoals zovelen deed deze crisis me wel stilstaan bij het leven. Bij het onvoorspelbare, het kwetsbare ervan. Allemaal, zonder uitzondering, werden we geconfronteerd met grenzen, beperkingen en een onzichtbare vijand. Twijfel groeide, angst ontstond. Nu we weten dat het virus er is, beseffen we met zijn allen en ten volle dat leven loslaten is, dat het onze controle te buiten gaat.

Ondanks die zekerheden op de helling, kan deze crisis ook in een stroomversnelling brengen wat echt telt en onbetaalbaar is. Dat kwetsbaarheid nog liever doet zien, misschien. Dat we er als mensen voor kunnen kiezen om het vertrouwen te voeden en niet de angst. Het virus haalde ons dan wel uit elkaar, maar liet ons vooral voelen hoe diepmenselijk verbinding is. Laten we dus durven inzetten op de kracht van samen. En laten we ervoor zorgen dat niemand alleen achterblijft in deze crisis.
Ik heb alle vertrouwen dat we dat kunnen als mens, als samenleving, als team. Dat net door – of dankzij – een crisis deze waarden en sterktes nog meer kunnen bovendrijven: verbinding, veerkracht, respect en zorgzaamheid, voor elkaar maar ook met bijzondere aandacht voor de meest kwetsbaren van onze samenleving.

Misschien ervaren velen COVID-19 als een ijkpunt en deze dagen als een nieuw begin. Omdat we de crisis stilaan achter ons laten, al zal het virus altijd blijven. We zullen een evenwicht moeten vinden. Tussen hoe het was en hoe het is. Tussen vasthouden en loslaten. Tussen waakzaamheid en vertrouwen. Tussen afspraken en ademruimte.
Want misschien is dat wel leven: het wankele evenwicht aanvaarden. De kwetsbaarheid omhelzen en binnenkort ook elkaar.

Vandaag balanceer ik op de rand van mijn nieuwe levensjaar. Het voelt als een punt nul. Ik werd een dagje ouder. En meteen ook een heel jaar. Mijn volle leven, mijn liefste naasten en mijn vervullende werk houden me jong. Maar wanneer ik de dagen en de jaren optel, weet ik dat ik ouder word. En dat doe ik in grote dankbaarheid voor elke dag.
Duik in het moment en vier het leven.
Wees in tijden van twijfel een houvast voor elkaar.
Dat wens ik jullie, dat wens ik ons. Van harte.

Nog even dit.
Nu de kinderen weer in mijn leven komen en het virus langzaam van de voorgrond verdwijnt, zoek ik opnieuw mijn ritme in deze teksten.

Ces derniers mois, j’ai à peine eu le temps de m’arrêter, littéralement. Mais comme tant d’autres, cette crise m’a fait penser à la vie. Avec tout ce qu’elle a d’imprévisible, de vulnérable. Sans exception, nous avons tous été confrontés à des frontières, à des limites et à un ennemi invisible. Le doute a grandi, la peur a surgi. Maintenant que nous savons que le virus est bien présent, nous réalisons tous pleinement que la vie est lâcher prise, qu’elle échappe à notre contrôle.

Malgré ces certitudes sur cette inclinaison, cette crise permet de renforcer ce qui compte vraiment et n’a pas de prix. Cela rend sans doute cette vulnérabilité encore meilleure. Nous, en tant qu’êtres humains, pouvons choisir d’alimenter la confiance plutôt que la peur. Le virus nous a séparés, mais il nous a surtout fait sentir à quel point les liens entre les humains sont profonds. Osons donc parier sur le pouvoir de l’ensemble. Et assurons-nous que personne n’est laissé en arrière dans cette crise.
Je suis convaincue que nous pouvons le faire en tant que personne, en tant que société, en tant qu’équipe. C’est précisément à cause – ou grâce à – une crise que ces valeurs et ces forces peuvent se manifester encore plus fort : lien, résilience, respect et souci les uns des autres, avec une attention particulière pour les plus vulnérables de notre société.

Beaucoup considèrent peut-être le COVID-19 comme un point de référence. Ces jours-ci constitueront alors un nouveau départ, vu que nous laissons progressivement la crise derrière nous, même si le virus persistera toujours. Nous devrons trouver un équilibre. Entre comment c’était avant et comment ce sera. Entre tenir et lâcher prise. Entre vigilance et confiance. Entre les rencontres et de l’espace pour respirer.
Parce que c’est peut-être bien cela la vie : accepter un équilibre délicat. Etreindre la vulnérabilité et s’embrasser bientôt les uns des autres.

Aujourd’hui, je suis en équilibre au bord d’une nouvelle année de ma vie. Cela ressemble à un point zéro. J’ai un petit jour de plus. Et ainsi pendant toute une année. Ma vie bien remplie, mes proches et mon travail épanouissant me gardent jeune. Mais quand j’additionne les jours et les années, je sais que je vieillis. Et j’en éprouve chaque jour une grande gratitude.
Plongez dans l’instant et célébrez la vie.
En cas de doute, assurez-vous de vous raccrocher l’un à l’autre.
Je vous le souhaite, je nous le souhaite. Chaleureusement.

Encore une chose.
Maintenant que les enfants sont de retour dans ma vie et que le virus disparaît lentement du premier plan, je réadapte le rythme de ces textes.

Goeiedag – Bonjour

Ingehouden beweging – Mouvement limité

Half maart was Kliniek Sint-Jan in gereedheid voor COVID-19. Die stilte voor de storm voelde vreemd. Ik schreef toen dat ik weleens dacht: ‘En wat als het nu stil blijft?’ Maar al snel stonden we er met beide voeten middenin. En nu, twee maanden later, kijken we terug en vooruit.

Eens we stappen uit een crisis zetten, hopen we natuurlijk met heel ons hart dat het voorgoed is, dat we geen stappen terug moeten zetten. En toch. Al is de zin om door te gaan en volop de doorstart te maken groot, het blijft een ingehouden beweging. Alsof ons ene been een stap vooruitzet, maar de andere voet nog aarzelend achterblijft.
Terwijl we consultaties en ingrepen opbouwen, bouwen we crisiscel en COVID-19-eenheden af. We zijn gerustgesteld in hoe het loopt. Toch dwong een opflakkering van het aantal COVID-19-patiënten ons vorige week opnieuw een eenheid te openen.
Dat voelt niet fijn. Maar tegelijk weet ik: dit is de realiteit van twee werelden die naast elkaar bestaan vanaf nu. En wij moeten daar gewoon, doodgewoon mee leren leven.

Een andere ingehouden doorstart is de terugkeer van onze kinderen naar huis. Onze oudste zoon Arthur was de eerste die thuiskwam, tijdens dit lange hemelvaartweekend. Met de extra zorg die hij nodig heeft, vroeg zijn verhuis een geleidelijke voorbereiding. Mijn zus leverde daarin een geweldig geduldwerk. Begin vorige week ging ik zelf met hem wandelen en praten, op veilige afstand. De knuffel in zijn hand moest ons weerhouden van te nabije mamaknuffels. Het zijn bizarre tijden.
We praatten over wat er zou gebeuren, hoe het zou gaan thuis en op school. Zo wende hij wandelend en stap voor stap aan zijn nieuwe realiteit.
En dus kwam Arthur donderdag weer thuis, na meer dan twee maanden in zijn andere bubbel. Het werd een weekend op zijn ritme. En samen met hem doken we helemaal in het moment, de plaats waar hij het liefste is.

Tot zover de beweging. De ingehoudenheid schuilt in het voorlopig nog moeten missen van Emile en Emma. Het moment van hun terugkeer naar onze bubbel zal ook afhangen van de concrete aanpak van hun school na de beslissingen van vrijdag.
Het is een vreemde ervaring: het ene kind thuis en de andere twee nog in hun pleeggezin hier in de stad. Niet ver weg dus in gedachten en in vogelvlucht. Maar ver genoeg om te missen.

De terugkeer van de kinderen brengt voor hen ook afscheid van een intussen andere vertrouwde thuis met zich mee. Met eigen gewoonten en groot graag zien. Dat besef kwam donderdag, toen we mijn zus Katelijne zonder troost en nabijheid moesten achterlaten. En vrijdag, toen Emile me vroeg of hij de knuffels van zijn andere gezin moest missen als hij weer thuis zou zijn.
Alsof het ene been een stap vooruitzet, maar de andere voet nog aarzelend achterblijft.

À la mi-mars, la clinique Saint-Jean était prête pour le COVID-19. Le calme avant la tempête semblait étrange. J’ai alors écrit que je pensais parfois : “Et si maintenant cela restait calme ?” Mais rapidement nous avons été les deux pieds dedans. Et à présent, deux mois plus tard, nous regardons en avant et en arrière.

Lorsque nous sortons d’une crise, nous espérons de tout cœur que c’est pour de bon et que nous ne devrons pas faire marche arrière. Cependant, bien que le désir d’avancer et de redémarrer complètement soit grand, ce mouvement reste limité. Comme si une jambe faisait un pas en avant, mais que l’autre pied hésitait encore.
En même temps que nous recomençons des consultations et des interventions, nous maintenons des cellules de crise et des unités COVID-19. Nous sommes rassurés sur la façon dont les choses se passent. Pourtant, une flambée du nombre de patients COVID-19 nous a forcés à rouvrir une unité la semaine dernière.
Cela ne nous fait pas du bien. Mais en même temps je le sais, c’est la réalité de deux mondes qui coexistent désormais. Et nous devons apprendre à vivre avec cela.

Un autre redémarrage limité est le retour de nos enfants à la maison. Notre fils aîné Arthur a été le premier à rentrer chez nous pendant ce long week-end de l’Ascension. En raison des soins supplémentaires dont il a besoin, son déménagement a nécessité une préparation progressive. Ma sœur a fait un excellent travail dans ce domaine. Au début de la semaine dernière, je suis allée me promener et parler avec lui, à une distance de sécurité. Le jouet en peluche dans sa main était censé nous empêcher d’être proches. Ce sont des moments bizarres.
Nous avons parlé de ce qui allait se passer, comment cela irait à la maison et à l’école. De cette façon, il s’est habitué à avancer pas à pas vers sa nouvelle réalité.
Et Arthur est donc rentré à la maison jeudi après plus de deux mois dans son autre bulle. C’était un week-end à son rythme. Et avec lui, nous avons plongé complètement et instantanément dans l’endroit qu’il préfère.

Voilà pour le mouvement. Le frein, c’est de de ne pas avoir provisoirement Emile et Emma chez nous.  Le moment de leur retour dans notre bulle dépendra des mesures concrètes que leur école adoptera suite aux décisions de vendredi.
C’est une expérience étrange: un enfant à la maison et les deux autres encore dans leur famille d’accueil, ici en ville. Donc pas très loin en pensée ou à vol d’oiseau. Mais suffisamment loin que pour nous manquer.

Le retour des enfants implique qu’ils fassent leurs adieux à un foyer devenu familier. Avec ses  habitudes propres et sa grande chaleur. Cette prise de conscience est survenue jeudi, lorsque nous avons dû quitter ma sœur Catherine sans réconfort ni proximité. Et vendredi, quand Emile m’a demandé s’il devrait rater les câlins de son autre famille lors de son retour à la maison.
Comme si une jambe faisait un pas en avant, mais que l’autre pied hésitait encore.

Inkijk in mijn dag (NL)

Van de ene op de andere dag confronteerde COVID-19 mij – en zovele anderen – met een nieuwe realiteit. Zonder perspectief dook ik erin. Ik vond houvast in een strakke dagindeling. Misschien was dat wel de manier om mijn hoofd boven water te houden in deze storm.
Nu we de crisis (hopelijk) achter ons kunnen laten, is het tijd voor een inkijk in mijn intussen doordeweekse coronadagen.

7 u.
Ik sta op, maak me klaar en ontbijt met versgeperst fruitsap. Dag na dag zorgt mijn echtgenoot Bernard voor mijn vitaminen en voor een heerlijke meeneemlunch. Niet alleen ik mag genieten van zijn kookkunst. Elk weekend kookt hij ook met veel liefde en smaak voor de kinderen en hun pleeggezinnen in de buurt. Bubbel-catering.

7.45 u.
Baantjes trekken in het zwembad kan niet meer sinds het begin van COVID-19. Om in beweging te blijven, wandel ik mij elke ochtend een weg naar het ziekenhuis. Wie mij kent, weet dat ik op hoge voet leef: hakken en een mantelpak horen bij mijn gewone outfit. Maar COVID-19 is niet gewoon. Wandelingen en hectische dagen laten zich handiger leven op sneakers en in vlotte kleren. Ik werd dus een beetje een andere mens aan de buitenkant. Maar nu we stilaan terugkeren naar gewoon, plan ik ook weer een outfit-ommekeer.
Vanaf dag één wist ik: ik wil mijn verhaal van deze crisis vasthouden en delen met de wereld. Elke dag telefoneer ik dus tijdens mijn wandeling met Marlies. Ik praat, zij luistert en geeft woorden aan mijn verhaal. Na een gesprek voel ik telkens hoe mijn gedachten helemaal rond zijn. Dat werkt louterend.
Soms bel ik ook nog met iemand anders. Om bij te praten en even de draad van het leven op te pakken.

8.30 u.
Aankomst in het ziekenhuis zonder zoenen of omhelzen. Maar een hartelijke goeiedag kan nog wel. Gelukkig maar. Ik zet mijn picknick fris (altijd) en verras mijn hoofdarts, Kenneth Coenye, met een warme croissant (soms). Krachtvoer voor drukke dagen.
Met een koffie installeer ik me aan mijn computer en start de teams op.

9 u.
Tot enkele weken geleden begon op dit moment onze dagelijkse crisiscel. Sinds de opstart van de consultaties werd het moment verlaat en de frequentie verlaagd.

10 – 19.30 u.
Ik duik volop in mijn dag in de kliniek, op alle fronten en achter de schermen, met collega’s en ziekenhuispartners. Dagen vol organisatie en overleg maar ook vol gedeelde emoties. Van solidariteit en betrokkenheid. Van angst en veerkracht. Van vertrouwen en dankbaarheid. En gelukkig ook van zottigheid en vreugde nu en dan.

Tussen de plooien van de drukte door hoor en proef ik mijn gezin. Ik bel met Emma en haar pleeggezin. Emile belt me. De liefde van mijn echtgenoot gaat tijdens mijn picknick door de maag. En stipt om 19.07 u. bellen Arthur en tante Katelijne. De eerste vraag: ‘Is Kenneth daar?’
Er zijn nog zekerheden in het leven.

19.30 u.
Als het me tussendoor nog niet is gelukt, neem ik nu het filmpje op voor mijn blog.
En vóór 20 u. probeer ik een punt te zetten achter mijn dag in de kliniek. Daar zit ook de sluiting van de hoofdingang voor iets tussen. Zo bespaar ik mezelf een omweg.
Ik wandel naar huis langs een andere weg dan ‘s ochtends. Zodra de kinderen daar weer op me wachten, zal deze gewoonte tot het verleden behoren. Dan brengt de fiets of de auto me weer sneller thuis, bij hen.
Tijdens de wandeling doe ik een praatje met Marlies en met Patrick, de voorzitter van onze Raad van Bestuur. Om 20 u. neem ik onderweg het applaus voor de zorg in ontvangst. Zo gaat dat nu al weken, maanden zelfs.

20.45 u.
Bernard en ik praten bij bij een heerlijk avondmaal dat hij voor ons klaarmaakt.
Met een venkelthee en yoghurt met verse frambozencoulis nestel ik me voor de televisie voor een aflevering van The Crown. Of twee.
Om me nadien in slaap te lezen met een goed boek.
En zo gaat de dag over in de nacht.
En de nacht weer in een nieuwe dag.
Binnenkort zullen mijn dagen anders zijn. Niet gewoner, maar anders.
Met minder COVID-19-onvoorspelbaarheid.
En met kinderen voor en na en dicht bij mij.

Vous souhaitez lire ce texte en français ? Vous pouvez le faire ici: ‘Un regard sur ma journée‘.